Begrippenlijst

Een ambulance is een motorvoertuig dat is ingericht en hoofdzakelijk bedoeld om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde personen.

Een autobus is een motorvoertuig op vier of meer wielen die is ontworpen en gebouwd om meer dan 8 personen te vervoeren. (De bestuurder hierbij niet inbegrepen)

Een autosnelweg is een weg die wordt aangegeven met het volgende bord: Bijlage 27666.png  Langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen, bushalteplaatsen en tankstations zijn geen onderdeel van een autosnelweg.

Een autoweg is een weg die wordt aangegeven met het volgende bord:  Bijlage 27668.png Langs autowegen gelegen parkeerplaatsen, bushalteplaatsen en tankstations zijn geen onderdeel van een autoweg.

Een bedrijfsauto is een motorvoertuig op vier of meer wielen die is ontworpen en gebouwd om goederen te vervoeren.

Een bestelauto is een motorvoertuig die is bestemd voor het vervoer van goederen. De toegestane maximum massa mag niet meer bedragen dan 3500 kg.

Met bestemmingsverkeer worden bestuurders bedoeld die als doel hebben één of meer bepaalde percelen te bereiken, die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg die gesloten zijn voor bepaalde categorieën bestuurders en die alleen via deze weg te bereiken zijn. Dit geldt ook voor bestuurders van lijnbussen.

Achterlicht is de verlichting aan de achterkant van een voertuig, die de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt. Het geeft ook de breedte van het voertuig weer.

Achteruitrijlicht is verlichting dat is bestemd voor het verlichten van de weg achter een voertuig. Het dient er ook voor andere weggebruikers te waarschuwen dat het voertuig achteruit rijdt of dit gaat doen.

Een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem is een systeem dat door het afgeven van een geluidssignaal verkeersdeelnemers waarschuwt voor het naderen van een hybride elektrisch voertuig of elektrisch aangedreven voertuig.

Een afneembare bovenbouw is een constructie op een voertuig met een vloeroppervlak van ten minste 5 m2,  Deze is zonder gereedschap van het voertuig te verwijderen.  Het is  ingericht voor het vervoer van goederen of voor het uitvoeren van andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen.

Een afsleepas is een hulpmiddel dat is bedoeld om één van de assen van een motorvoertuig te dragen.

Een asfaltwagen is een bedrijfsauto of aanhangwagen die is ontworpen en gebouwd om asfalt te vervoeren.

Een ashefinrichting is een op een voertuig vast aangebrachte inrichting, om de belasting op de as of assen te verlagen of te verhogen. Dit gebeurt door het optrekken, neerlaten of niet optrekken of neerlaten van de wielen van de bodem. Hiermee wordt slijtage van de banden voorkomen als het voertuig niet helemaal beladen is. Het vereenvoudigd tevens het wegrijden van motorvoertuigen of voertuigcombinaties op een gladde bodem omdat het de de belasting op de aangedreven as vergroot.

Een asstel is een combinatie van twee of meer assen die evenwijdig aan elkaar liggen op een onderlinge afstand van minder dan 1,80 m.

Een autonome aanhangwagen is een aanhangwagen met ten minste twee assen, waarvan er ten minste één gestuurd is. Ook is deze aanhanger uitgerust met een verticaal beweegbare trekinrichting, en brengt een statische verticale belasting van minder dan 100 kg. op het trekkende voertuig over.

Een aanhangwagen met een stijve dissel is een aanhangwagen met één as of één groep assen waarvan de dissel door zijn constructie een maximale belasting van 4.000 kg op het trekkende voertuig overbrengt.

Een belastbare as is een as waarvan de belasting kan worden aangepast zonder dat deze met behulp van een ashefinrichting wordt opgetrokken.

Een bestuurbare as is een as die rechtstreeks door de bestuurder kan worden bediend.

Een bestuurd asstel is een asstel dat rechtstreeks door de bestuurder kan worden bediend.

Bochtverlichting is een verlichtingsfunctie voor betere verlichting in bochten.

Een bromfiets is een voertuig op 2, 3 of 4 wielen van de voertuigcategorie L. Een bromfiets wordt aangemerkt als een voertuig dat volgens het kentekenregister een bromfiets is. (Onder bromfiets wordt niet verstaan een motorrijtuig met beperkte snelheid of gehandicaptenvoertuig)

Een bromfietsaanhangwagen is een niet zelf aangedreven voertuig op wielen, dat is gebouwd en ontworpen om door een bromfiets te worden getrokken.

Een bus is een voertuig, met meer dan 8 zitplaatsen, die is ingericht om personen te vervoeren. (De zitplaats van de bestuurder is hierbij niet meegerekend) Als bus wordt in ieder geval aangemerkt een voertuig van de voertuigcategorie M, dat volgens het kentekenregister een bus is.

Contourmarkering is een opvallende markering die als doel heeft de horizontale en verticale afmetingen van een voertuig aan te geven.

Dagrijlicht is verlichting dat naar voren is gericht en wordt gebruikt om het voertuig beter zichtbaar te maken tijdens het rijden overdag.

Dimlicht is verlichting waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder hierdoor andere weggebruikers te hinderen of te verblinden.

Een driewielig motorvoertuig is een voertuig van de voertuigcategorie L. Deze wordt als driewielig motorrijtuig aangemerkt een voertuig dat volgens het kentekenregister een driewielig motorrijtuig is. (Hier binnen vallen niet motorrijtuigen met beperkte snelheid of gehandicaptenvoertuigen)

Een elektrisch aangedreven voertuig is een motorvoertuig dat alleen wordt aangedreven door een elektromotor waarvan de tractie- energie wordt geleverd door een in het motorvoertuig geïnstalleerde tractiebatterij.

Een elektrische aandrijflijn is een aandrijflijn met een elektrisch circuit die bestaat uit; een tractiebatterij, elektronische omzetters, tractiemotoren, het laadcircuit, de kabelset, de connectoren en de elektronische hulpapparatuur.

Een fietsaanhangwagen is een niet zelf aangedreven voertuig op wielen die is ontworpen en gebouwd om door een fiets te worden getrokken.

Een frontbeschermingsinrichting is een afzonderlijke constructie die is bedoeld om het buitenoppervlak van een voertuig boven of onder de originele bumper te beschermen bij een aanrijding.

Een geconditioneerd voertuig is een voertuig waarvan de vaste bovenbouw speciaal is ingericht voor het vervoer van goederen die een gecontroleerde temperatuur nodig hebben. De zijwanden zijn samen met de isolatie tenminste 45 mm dik.

Gedeeltelijke contourmarkering is contourmarkering die de lengte van een voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn en de hoogte van een voertuig door middel van een markering van de bovenhoeken.

Een gehandicaptenvoertuig is een voertuig niet breder dan 1,10 m. die speciaal is ingericht voor het vervoer van een gehandicapt persoon. Het voertuig is niet uitgerust met een motor of is uitgerust met een motor waarvan de maximumsnelheid niet hoger is dan 45 km per uur. (Hier binnen vallen niet motorrijtuigen met beperkte snelheid of landbouw- of bosbouwtrekkers)

Een gelede bus is een bus die bestaat uit twee of meerdere starre delen die scharnierend met elkaar verbonden zijn. De passagiersruimten van elk deel zijn zo met elkaar verbonden dat de passagier zich vrij van het ene naar het andere deel kan bewegen. De starre delen zijn permanent met elkaar verbonden zodat deze alleen kunnen worden losgemaakt door ingrepen waarvoor uitrusting benodigd is.

Een gepantserd voertuig is een voertuig dat bedoeld is om de, in het voertuig aanwezige, personen of goederen te beschermen d.m.v. een kogelwerende pantser.

Een gestandaardiseerde laadstructuur is een laadbak die zonder gebruik van gereedschap van een voertuig te halen is en die alleen is ingericht voor het vervoer van goederen.

Een gestuurde as is een as die wordt gestuurd door stuurkrachten die wordt veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig.

Een gestuurd asstel is een asstel dat wordt gestuurd door stuurkrachten die wordt veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig.

Een gordel is een geheel van banden met een sluiting, verstelinrichtingen en bevestigingselementen dat in een motorvoertuig zit bevestigd. Het is zo ontworpen dat de kans op verwondingen bij een botsing of plotselinge vertraging van het voertuig wordt verminderd.

Gordelbevestigingspunten zijn delen van de voertuigcarrosserie of van de zitplaatsconstructie of andere delen van het voertuig waaraan de gordels moeten worden vastgemaakt.

Groot licht is verlichting welke de weg vóór het voertuig over een grote afstand verlicht.

Een handwagen met motorvermogen is een motorvoertuig dat voornamelijk is bedoeld om te worden bestuurd door een voetganger.

Een hefbare as is een as die door de ashefinrichting kan worden opgetrokken en neergelaten.

Hoeklicht is verlichting dat wordt gebruikt als aanvullende verlichting van het deel van de weg dat zich bij de voorste hoek van het voertuig bevindt. (Aan de kant waarnaar het voertuig gaat draaien)

Hoofdgroeven zijn brede groeven in het middelste gedeelte van het loopvlak van een band. Dit gedeelte neemt ongeveer 75% van de breedte van het loopvlak in.

Een hybride elektrisch voertuig is een motorvoertuig die is uitgerust met minimaal twee verschillende energie- omzetters en minimaal twee verschillende energie- opslagsystemen. Deze zijn noodzakelijk voor de mechanische aandrijving van het voertuig, waarbij energie wordt geput uit een opslagvoorziening voor elektrische kracht of energie.

Een kampeerwagen is een voertuig dat voorzien is van een woongedeelte met daarin in elk geval een (uitneembare) tafel, stoelen, slaapgelegenheid, kookvoorziening en opbergmogelijkheden.

Een kermis- of circusvoertuig is een voertuig dat alleen wordt gebruikt voor het kermis- of circusbedrijf. (Het is geen voertuig op rupsbanden)

Een kinderbeveiligingssysteem is een combinatie van onderdelen dat kan worden bevestigd aan een motorvoertuig om de kans op verwondingen bij een botsing of een abrupte vertraging van het voertuig te verminderen. Te denken valt hierbij aan riemen of flexibele componenten met een sluiting, verstelinrichtingen en bevestigingselementen, soms voorzien van een zitje of botsingsscherm.

Een klapstoel is een extra zitplaats in een voertuig die gebruikt kan worden maar die gewoonlijk is weggeklapt als deze niet gebruikt wordt.

Een klimaatregelingssysteem is apparatuur in een voertuig die voornamelijk bedoeld is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de passagiersruimte te doen dalen.

Onder lading wordt verstaan alle personen, dieren en goederen in een voertuig. Maar ook laad- en losinrichtingen die zonder gebruik van gereedschap van het voertuig te verwijderen zijn.

Landbouw- of bosbouwaanhangwagens zijn voertuigen van de voertuigcategorie R. Het zijn in de land- of bosbouw gebruikte aanhangwagens die vooral is bestemd voor het vervoeren van ladingen of het bewerken van materialen en worden door een landbouw- of bosbouwtrekker getrokken.

Een landbouw- of bosbouwtrekker is een voertuig van de voertuigcategorie T of C, die voornamelijk voor tractiedoeleinden is bestemd en vooral is ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde verwisselbare uitrustingsstukken of landbouw- of bosbouwaanhangwagens.

Een lastdrager is een afneembare of uitschuifbare constructie die is bestemd voor het vervoer van goederen die aan de bumper, op de trekhaak of op het dak van een personenauto, bedrijfsauto, bus of driewielig motorrijtuig is aangebracht, of zijn ingebouwd in de achterkant van het voertuig. Het kan ook aan de achterkant, op de trekdriehoek of trekboom van een (middenas) aanhangwagen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg zijn aangebracht. Soms zijn ze alleen bestemd voor het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg.

Licht is de inrichting voor het verlichten van de weg of het geven van een lichtsignaal aan andere weggebruikers. Hieronder valt ook de kentekenplaatverlichting aan de achterzijde van een voertuig en de retroreflectoren.

Een ligplaats is een voorgeschreven ruimte om een persoon liggend in een bus of op een brancard in een personenauto te vervoeren.

Een lijkwagen is een voertuig dat speciaal is uitgerust voor, en in hoofdzaak bedoeld is om overleden personen te vervoeren.

Lijnmarkering is een opvallende markering die de lengte en breedte van een voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn.

Een loopvlak is een deel van een band dat 50 mm. minder bedraagt dan de breedte in de maataanduiding van de band aangeeft.

Manoeuvreerlicht is verlichting aan de zijkant van een motorvoertuig wat wordt gebruikt als aanvullende verlichting tijdens langzame manoeuvres.

Markeringslicht is verlichting dat op het breedste punt van het voertuig zo hoog mogelijk is aangebracht. Hierdoor wordt duidelijk de totale breedte van het voertuig aangegeven. Dit licht is bestemd voor bepaalde voertuigen en aanhangwagens om de breedte- en achterlichten aan te vullen door vooral aandacht te geven aan de omvang.

Een massieve band is een band zonder luchtkamers die volledig gemaakt is van elastisch materiaal.

Een mechanische koppelinrichting is alle onderdelen en inrichtingen op onderstellen en dragende gedeelten van de carrosserie en het chassis van voertuigen waarmee het trekkend voertuig en het getrokken voertuig met elkaar kunnen worden verbonden. Hieronder worden ook vaste of demontabele onderdelen voor de bevestiging, afstelling of het gebruik van deze koppelinrichtingen bedoeld.

Een metalen band is een band waarvan het loopvlak geheel van vormvast materiaal is gemaakt.

Een middenasaanhangwagen is een aanhangwagen waarvan de as of assen, als ze gelijkmatig worden belast, zich dicht bij het zwaartepunt van het voertuig bevindt/ verbinden.

Het mistachterlicht is verlichting dat het voertuig bij dichte mist beter zichtbaar maakt aan de achterkant.

Het mistvoorlicht is verlichting dat zorgt voor een betere verlichting van de weg bij mist of een andere soort van vermindering van het zicht.

Een mobiele kraan is een voertuig voor speciale doeleinden dat niet is ingericht voor het vervoer van goederen, maar die is voorzien van een kraan.

Een mobiliteitshandicap is een eigenschap die het gebruik van het openbaar vervoer beperkt. Dit kan bijvoorbeeld zijn door een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke handicap, meereizende kinderen of meegevoerde goederen.

Een motorfiets is een voertuig van de voertuigcategorie L. Hieronder vallen niet motorrijtuigen met beperkte snelheid of gehandicaptenvoertuig. In elk geval wordt als motorfiets aangemerkt een voertuig dat volgens het kentekenregister een motorfiets is.

Een noodstopsignaal is een signaal om andere weggebruikers, die zich achter het voertuig bevinden, kenbaar te maken dat het voertuig sterk vertraagt. Tevens wordt dit aangegeven door de gelijktijdige werking van alle remlichten of richtingaanwijzers.

Een ondeelbare lading is een lading die voor vervoer over de weg niet in twee of meer ladingen kan worden gedeeld zonder dat dit een risico op schade of overmatige kosten met zich mee zou brengen.

Een oplegger is een aanhangwagen die is ontworpen om aan een opleggertrekkend voertuig te worden gekoppeld en die op het trekkende voertuig een behoorlijke statische verticale belasting overbrengt.

Een opleggertrekker is een motorvoertuig die voornamelijk ontworpen en gebouwd is voor het trekken van opleggers.

Een opspatafscherming is een inrichting die ervoor is bedoeld om opstuivend water, dat van de banden van een rijdend voertuig komt, te beperken.

Een opvallende markering is een markering die ervoor zorgt dat een voertuig zichtbaarder wordt door weerkaatsing van licht dat niet van het voertuig zelf komt.

Parkeerlicht is licht dat is bestemd om aan te geven dat er een voertuig op de betreffende plek geparkeerd staat.

Een motorfietsaanhangwagen is een niet zelf aangedreven voertuig op wielen dat is gebouwd en ontworpen om door een motorfiets te worden getrokken.

Een pendelas is een samenstel van twee of meer assen in één loodrechte lijn op de lengte-as van het voertuig. Dit is zodanig ingericht dat de belasting op alle wielen gelijkmatig verdeeld wordt. Een samenstel van wielen op één wielnaaf wordt gezien als één wiel.

Een personenauto is een voertuig op vier of meer wielen die is ingericht voor het vervoer van personen, met maximaal acht zitplaatsen. (De bestuurderszitplaats niet meegerekend)

Remlicht is verlichting aan de achterkant van de auto die wordt gebruikt om de weggebruikers, die zich achter het voertuig bevinden, kenbaar te maken dat het voertuig achteruit gaat rijden of rijdt.

Een retroreflector is een reflector die is bestemd om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door weerkaatsing van het licht dat niet van het voertuig zelf komt.

Een richtingaanwijzer is licht dat is bestemd om andere weggebruikers te laten weten dat de bestuurder het voornemen heeft naar links of naar rechts van richting te veranderen.

Een rijdend werktuig is een bedrijfsauto die voornamelijk is ingericht voor het uitvoeren van andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen.

Een samenstel van voertuigen is een trekkend voertuig met een of meer aanhangwagens.

Een seriehybride voertuig is een hybride elektrisch voertuig waarvan alleen de elektrische motor mechanisch met de wielen verbonden is.

Een staaklicht is een licht dat aan de achterkant van een voertuig zit met als doel de bestuurder de lengte van het voertuig te laten zien.

Stadslicht is verlichting dat aan de voorkant van een voertuig zit. Het dient ervoor de aanwezigheid van het voertuig kenbaar te maken en om aan te geven hoe breed het voertuig is. 

Een stoel is een zitgelegenheid die bestemd is voor 1 persoon, compleet met bekleding. Deze kan al dan niet samengevoegd zijn in de carrosseriestructuur van het voertuig.

Een taxi is een personenauto die bestemd is voor het vervoer van personen. Een voertuig is in elk geval een taxi als deze volgens het kentekenbewijs een taxi is. 

Een terreinvoertuig is een voertuig dat specifieke technische kenmerken heeft waardoor hij buiten de normale wegen gebruikt kan worden.

Een T-100 bus is een bus die volgens het kentekenregister is goedgekeurd voor een maximumsnelheid van 100 km per uur. 

Verlicht transparant is verlichting op een voertuig die alleen informatie geeft over de bestemming of het gebruik van het voertuig maar ook aanwijzingen weergeeft voor het andere  wegverkeer.

Volledige contourmarkering is contourmarkering die de omtrek van een voertuig aangeeft door gebruik te maken van een doorlopende lijn.

Een voor rolstoelen toegankelijk voertuig is een voertuig dat speciaal gebouwd of aangepast is om één of meer personen te vervoeren die in een rolstoel zitten als deze op de weg rijdt. 

Een waarschuwingsknipperlicht is wanneer alle richtingaanwijzers tegelijkertijd werken om aan te geven dat het voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar oplevert voor andere weggebruikers.

Met een wagen wordt bedoeld een voertuig. Hieronder vallen niet motorvoertuigen, aanhangwagens, niet- gemotoriseerd gehandicaptenvoertuigen, fietsen en zijspanwagens maar wel handwagens met motorvermogen.

Een waterstofinstallatie is een installatie die bestaat uit een geheel van gemonteerde onderdelen waardoor het mogelijk is de voortstuwingsmotor te laten draaien op waterstof.

Werklicht is verlichting dat is bedoeld om een plaats te verlichten waar werkzaamheden worden verricht.

Een zelfsturende as is een as die wordt gestuurd door de wrijving van de banden op het wegdek waardoor de wielen zelfstandig een zodanige stand innemen dat zij de cirkelbaan van het voertuig volgen.

Een zelfsturend asstel is een asstel dat wordt gestuurd door de wrijving van de banden op het wegdek waardoor de wielen zelfstandig een zodanige stand innemen dat zij de cirkelbaan van het voertuig volgen.

Zijmarkeringslicht is verlichting dat aan de zijkant van een voertuig zit en die de aanwezigheid van het voertuig aangeeft.

Een zijspanwagen is een voertuig die aan de zijkant van een fiets, bromfiets of motorfiets zit. Deze kan wel of niet afneembaar zijn. 

Een zitbank is een constructie die zitplaats biedt aan minimaal twee volwassenen.

Een zitplaats is een constructie met bekleding, die plaats biedt aan een volwassen persoon. De zitplaats kan een afzonderlijk zitplaats zijn maar ook een gedeelte van een bank die plaats biedt aan één persoon.

Een uitrit is een uitgang uit een tuin, uit een garage of oprit voor een garage, uit een erf, uit een parkeerplaats of van een straat als je daarbij over een uitritconstructie komt. Bij een uitritconstructie hebben ze aan het eind van een straat de stoep van de zijweg verhoogd waar je overheen moet rijden. Er is dan ook een schuine stoeprand.

De weghelft is het deel van de weg, rijbaan of fietspad, dat voor jou bedoeld is als je in een bepaalde richting rijdt. Het is de rechter weghelft.

De weg loopt van berm tot berm. Als ze aanwezig zijn horen ook de rijbaan, het fietspad, het voetpad of de stoep en de berm ook bij de weg.

Een zijstraat of zijweg is een straat van links of rechts, die uitkomt op de weg waar jij loopt of fietst.

Een kruispunt of kruising is een plek waar wegen elkaar kruisen. We spreken eigenlijk altijd over kruising. Er zijn verschillende soorten kruisingen. Als een fietspad en weg elkaar kruisen, is er ook sprake van een kruising maar ook twee fietspaden kunnen ook samen een kruising vormen.

Een andere naam voor rotonde is verkeersplein. Rotondes worden aangelegd in plaats van kruisingen omdat het verkeer door rond te rijden sneller doorstroomt en er geen verkeerslichten nodig zijn. Een rotonde is te herkennen aan dit verkeersbord: Als je op een rotonde fietst, moet je de richting van de pijlen volgen. Soms moet je als fietser op de rotonde rijden en soms gaat het fietspad om de rotonde heen. Bij of op een rotonde moet je goed op de voorrangsborden en haaientanden letten om te zien of je voorrang moet geven of voorrang moet krijgen.

Een stopstreep wordt zo genoemd omdat je bij een kruising met onderstaand bord en een stopstreep op de weg altijd moet stoppen om goed te kijken. Dit bord staat vaak bij onoverzichtelijke kruisingen.

Je bent met iemand op dezelfde weg als de ander jou achterop of tegemoet komt. De ander kan dan op de rijbaan, de fietsstrook of de stoep zijn en komt dus niet uit een zijweg.

Iemand komt je tegemoet als hij op dezelfde weg van voren naar je toekomt. Hij komt dus niet uit de linker of rechter zijweg en hij komt je ook niet achterop.

Iemand komt je achterop als hij je op dezelfde weg van achteren nadert. Hij komt dus niet uit de linker of rechter zijweg en hij komt je ook niet tegemoet.

Voorgaan betekent dat jij eerst mag gaan en voor laten gaan betekent dat je de ander eerst laat gaan. Deze begrippen worden gebruikt in situaties waarin voetgangers en bestuurders met elkaar te maken krijgen in andere situaties dan in voorrangssituaties. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de regel; rechtdoor op dezelfde weg gaat voor, bij zebrapaden, bij uitritten of bij een wegrijdende bus.

Voorrang geven betekent dat ander eerst mag en voorrang krijgen betekent dat jij eerst mag. Deze begrippen worden gebruikt in situaties waarin bestuurders op kruisingen te maken krijgen met bestuurders die uit een zijweg van links of rechts komen. De voorrangsregels en voorrangsborden gelden alleen voor situaties tussen bestuurders en gelden niet voor voetgangers. Voetgangers moeten bestuurders die uit de zijweg komen altijd voor laten gaan. Als er geen voetpad is, mogen voetgangers ook gebruik maken van het fietspad. Er zijn ook niet- verplichte fietspaden. Deze zijn te herkennen aan het bord:  Fietsers zijn niet verplicht om op dit fietspad te gebruiken maar het is meestal wel veiliger.

Een voorrangskruising is een kruising waar de voorrang geregeld is met voorrangsborden. Onderstaande borden zijn hiervan een voorbeeld:

 

Een fietsstrook is een aparte strook voor fietsers op de rijbaan. Op het wegdek van de fietsstrook staat het teken van een fiets afgebeeld en de kleur van het wegdek van de fietsstrook is vaak rood. De scheiding tussen fietsstrook en rijbaan wordt aangegeven door een onderbroken of een doorgetrokken witte streep.

Een voetpad is een pad speciaal voor voetgangers die te herkennen is aan dit bord:  Op het voetpad mogen geen bestuurders komen.

Een rijbaan is een gedeelte van de weg waar bestuurders moeten rijden. Fietsers mogen op de rijbaan rijden als er geen fietspad is en voetgangers mogen er lopen als er geen fietspad en geen voetpad is.

Een gewone kruising is een kruising van verharde wegen zonder voorrangsborden maar het kan ook een kruising met een verhoogd kruisingsvlak zijn.

Als je rechts afslaat maak je een zogenaamde kleine bocht. Je komt dan in de rechter zijweg aan de rechterkant op de rijbaan uit. Als je links afslaat, maak je een grote bocht. Je moet de bocht zo maken dat je in de linker zijweg aan de rechterkant van de rijbaan uitkomt.

Verkeerslichten zijn ervoor om op kruispunten te regelen wie er voor mag gaan. Er zijn verschillende soorten verkeerslichten. Verkeerslichten voor bestuurders en fietsers hebben drie kleuren licht namelijk rood, oranje en groen. Verkeerslichten voor voetgangers hebben licht in twee kleuren, namelijk rood en groen, waarin meestal het symbool van een voetganger te zien is.

Een zebrapad is een oversteekplaats voor voetgangers op de rijbaan of het fietspad. De oversteekplaats is te herkennen aan brede witte strepen op het wegdek van de rijbaan of het fietspad. Langs de weg staat aan beide kanten van het zebrapad dit verkeersbord  Afbeeldingsresultaat voor welk verkeersbord aan weerszijden van de weg met zebrapad

Een tractor is een groot voertuig met brede wielen die vaak door boeren gebruikt wordt. Een tractor kan andere wagens of machines trekken. Voor tractoren gelden dezelfde voorrangsregels als die voor alle bestuurders gelden.

Een doodlopende weg herken je aan dit bord   Aan het eind van de weg kun je dan niet verder rijden. Soms mogen fietsers wel verder rijden. Dit onderbord hangt in dat geval dan onder het verkeersbordAfbeeldingsresultaat voor uitgezonderd fietsen bord

Als zich een waterlaagje heeft gevormd tussen de banden van een voertuig en het wegdek kan het onbestuurbaar worden en gaan glijden. De bestuurder kan hierdoor de controle over het voertuig verliezen.

Bij een ademtest blaas je in een toestel dat het alcoholniveau in de uitgeademde lucht meet. Deze test wordt onder andere gebruikt door de politie om te beoordelen of een bestuurder teveel alcohol heeft gedronken.

Als je voor het eerst je rijbewijs hebt gehaald ben je een beginnende bestuurder. Het maakt dan niet uit hoe oud je bent of voor welk voertuig het rijbewijs geldt. Als je autorijbewijs je eerste rijbewijs is ben je 5 jaar beginnend bestuurder.

Heb je op je 16e of 17e eerst je rijbewijs voor de bromfiets, brommobiel of trekker gehaald, dan ben je voor 7 jaar beginnend bestuurder. Haal je op 17-jarige leeftijd ook je autorijbewijs, dan ben je 5 jaar beginnend bestuurder. Dit gaat in vanaf het moment dat je autorijbewijs is afgegeven.

Haal je voor je 18e als eerste bromfiets, brommobiel of trekker rijbewijs en op of na je 18e je autorijbewijs, dan blijf je 7 jaar beginnend bestuurder. Dit gaat in vanaf het moment dat het rijbewijs voor je bromfiets, brommobiel of trekker is afgegeven.

Hoe hard banden zijn wordt weergegeven door de bandenspanning. Dit is de overdruk die in de banden van een voertuig zit. De bandenspanning kan worden gemeten met een speciale bandenspanningsmeter.

Een matrixbord zijn verkeersborden die voornamelijk boven autosnelwegen hangen. Ze kunnen verschillende symbolen weergeven maar meestal worden ze gebruikt om weggebruikers te wijzen op de maximumsnelheid of een afgesloten rijbaan. Bij aanwezigheid van matrixborden hangt er boven elke rijstrook één.

Een parkeerschijf is een blauw gekleurde platte schijf met een witte cirkel met tijdsaanduiding die gebruikt wordt om weer te geven hoe laat een auto op een bepaalde parkeerplek is gezet. Een parkeerschijfzone wordt ook wel een blauwe zone genoemd. Deze zone is ervoor bedoeld om een begrenzing in parkeertijd aan te geven. De toezichthouder kan aan de ingestelde parkeerschijf zien hoe lang de auto al op die parkeerplaats staat. In een blauwe zone zijn de stoepranden meestal blauw gekleurd om het herkenbaar te maken.

Een verdrijvingsvlak is een gedeelte op een wegdek dat is aangegeven met witte schuine strepen die meestal aan het begin of het einde van een invoeg- of een uitvoegstrook zijn aangebracht. Rijden op een verdrijvingsvlak is niet toegestaan.

Spoorvorming is een beschadiging aan de weg die is veroorzaakt door zware vrachtauto's, die door hun gewicht diepe sporen in het asfalt hebben achterlaten en waar vooral motoren en personenauto's erg veel last hebben. Auto's en motoren passen net niet in de sporen wat invloed heeft op het rijgedrag van het voertuig.

Bij een wegversmalling is de weg plaatselijk smaller dan de rest van de weg. Dit kan worden aangegeven met de volgende verkeersborden:

Bijlage 27708.pngBijlage 27710.png  Als er maar één voertuig tegelijkertijd door de wegversmalling kan rijden wordt er vaak door verkeersborden aangegeven wie er eerst mag passeren. Is dit niet het geval dan geldt de regel; wie het eerst komt, mag als eerste passeren.

Het begrip wegwerkzaamheden wordt gebruikt als verzamelnaam voor alle werkzaamheden die op, aan of langs een weg worden uitgevoerd. Dit wordt aangegeven met het volgende bord: Bijlage 27707.png

Een winterband is een autoband die is gemaakt van een zachtere soort rubber dan een zomerband. Hij is speciaal gemaakt voor rijden bij temperaturen onder de 7°C . Een winterband heeft ook een ander profiel waardoor hij een betere grip op het wegdek heeft tijdens bijvoorbeeld sneeuw of hagelbuien.

Zomerbanden zijn in Nederland de meest gebruikte banden onder voertuigen. Ze zijn geschikt voor temperaturen boven de 7°C, zijn gemaakt van rubber dat niet harder of zachter wordt bij bepaalde temperaturen en hebben goede rijeigenschappen voor in ons Nederlandse klimaat.

Claxonneren is het afgeven van een geluidssignaal met de auto door op de claxon te drukken. Dit wordt ook wel toeteren genoemd.

Een dierenambulance is een motorvoertuig die speciaal is ingericht en bedoeld om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren.

Een doorgaande rijbaan is een rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken.

Een geslotenverklaring is een verbod de betreffende weg in te rijden of in te gaan. Je mag ook de betreffende weg niet gebruiken.

Haaietanden zijn witte voorrangsdriehoeken op het wegdek.

Een invoegstrook is een weggedeelte die door een lijn van witte blokken op het wegdek afgescheiden is van de doorgaande rijbaan. Deze strook is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden.

Een lijnbus is een motorvoertuig die in hoofdzaak wordt gebruikt voor het vervoeren van personen voor openbaar vervoer.

Een overweg is een kruising van een weg met een spoorweg die wordt aangeduid door middel van dit of dit  bord.

Een verdrijvingsvlak is een gedeelte van de rijbaan waarop schuine, witte strepen zijn aangebracht.

Een vluchthaven of vluchtstrook is een weggedeelte langs een autosnelweg of autoweg die door een doorgetrokken streep van elkaar zijn gescheiden.  door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte. Deze is in hoofdzaak bestemd voor gebruik tijdens noodgevallen maar wordt soms opengesteld om tijdelijk te dienen als spitsstrook. 

Onder "voertuigen"wordt verstaan: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens.

Onder "weggebruikers" wordt verstaan: voetgangers, bromfietsers, fietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen;

Met "verkeer" worden alle weggebruikers bedoeld.

Voorrang verlenen betekent dat je de betrokken bestuurders in staat stelt ongehinderd hun weg te vervolgen.

Een uitrijstrook is een door een witte blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte. Deze is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten.

Een puntstuk is een meerhoekig vlak op het wegdek die zijn opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen.

Parkeren is het voor langere tijd laten stilstaan van een voertuig, dus anders dan de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.